‘We hebben ons bewust gericht op kleinere accountants-kantoren’

Interview Kwartiermakers Marlies de Vries & Chris Fonteijn

Kwartiermakers Marlies de Vries en Chris Fonteijn brachten onlangs hun eerste voortgangsrapportage uit. In een brief aan de Tweede Kamer schreven ze dat accountants goede intenties hebben, maar zetten ze vraagtekens bij de omzetting daarvan in daden. Een interview over hun eerste observaties en hun eerste concrete stappen.

Kwartiermakers

De twee kwartiermakers zijn vorig jaar mei door minister Wobke Hoekstra van Financiën voor 3,5 jaar aangesteld. De Vries en Fonteijn hebben de opdracht de voortgang van kabinetsmaatregelen te stimuleren, aan te jagen en te bewaken. Hoekstra’s doel is een betere kwaliteit van wettelijke controles door de accountancysector. Sinds hun aantreden hebben De Vries en Fonteijn onderzoeken geïnitieerd, met branchevertegenwoordigers gewerkt aan kwaliteitsindicatoren en vooral: veel kennismakingsgesprekken gehad. Beide kwartiermakers realiseren zich dat hun opdracht in de branche vooral wordt gezien als een missie voor grotere accountantskantoren. Toch hebben ze zich bij hun eerste verkenningen bewust gericht op de kleinere kantoren, zo stellen ze. Daar heerst een ‘grote mate van veranderbereidheid’, aldus De Vries. In het interview gaan beide kwartiermakers in op de vorderingen en hun eerste observaties van de sector.

U concludeerde in uw brief vraagtekens te zetten bij het omzetten van de goede intenties in daden. Waarom?

De Vries: ‘Die zin kan negatief worden geïnterpreteerd. Dat is echter niet de opzet van de opmerking in onze brief.’ Fonteijn: ‘We concluderen dat de leiding van de kantoren de goede intenties heeft. De vervolgvraag is of de sector erin zal slagen om de veranderingen in de hele organisatie gestalte te geven. Daarop doelen we met deze conclusie.’

U heeft zich beiden sinds mei 2020 verdiept in de sector. Wat valt u op?

De Vries: ‘De sector is erg divers wat betreft omvang en complexiteit van de organisaties. Die diversiteit maakt dat de veranderopgave voor elk kantoor verschillend is. Daarom vinden we het opvallend dat we in onze gesprekken in alle hoeken gesproken hebben over het lerend vermogen van accountants, de waardengedreven organisatie en de veiligheid van de werkomgeving.’ Fonteijn: ‘Wij merken dat de leiding van accountantskantoren positief met het transitieproces omgaat. De vraag is nog in hoeverre dat doordringt tot in de haarvaten van hun organisaties. Daarvan hebben we nog maar beperkt beeld gekregen. Die vraag blijft ons in de komende periode bezighouden.’

Als kwartiermakers heeft u de opdracht de voortgang en de samenhang van de uitvoering van de maatregelen te bewaken. Hoe heeft u die rol als procesbegeleider vormgegeven?

De Vries: ‘Onze opdracht bestaat uit het initiëren van vernieuwing op een aantal deelthema’s én op het overzicht houden over de samenhang van alle veranderingen. Voor ons zijn dat twee parallelle doelstellingen, waarbij verschillende werkstromen horen. Voor de ontwikkeling op deelthema’s hebben we afgelopen maanden prioriteit gegeven aan onder meer de AQI’s, de Audit Quality Indicators, waar door verschillende werkgroepen de afgelopen maanden hard aan gewerkt is. Ook hebben we voortgang gemaakt met de voorbereiding van de onderzoeken en het experiment naar de structuurmodellen.’ Fonteijn: ‘Ook zijn de thema’s fraude en continuïteit actueel. Over deze onderwerpen zijn wij in constructief overleg met de NBA. Tevens willen wij de opvattingen van buitenstaanders in de beroepsgroep brengen. De accountancy wordt soms als een gesloten bolwerk gezien. Op de onderwerpen fraude en continuïteit, die een belangrijke rol spelen in de relatie tussen de accountant en het maatschappelijk verkeer, willen wij dat de visie van de buitenwereld daarin een belangrijke rol krijgt.’

Om welke buitenstaanders gaat het?

Fonteijn: ‘Namen kunnen we nog niet noemen, maar denk aan kritische denkers en vrije geesten. Professionals van strategisch niveau.’

De Vries: ‘Er zijn in ons werk geen quick fixes. We staan in verbinding met de gehele sector. Het gaat niet alleen om de grote kantoren, maar om het hele domein van wettelijke controles in Nederland. Dus ook om vertegenwoordigers in het MKB-segment. De veranderingen raken het hele werkveld. Het thema van de cultuur van de accountancy is voor elke organisatie urgent, of je nu in een grote organisatie werkt, of een kleinere organisatie die dichter op de bal speelt.’

Volgens planning wilt u voorjaar 2021 de AQI’s presenteren. Hoe staat het daarmee?

De Vries: ‘We zijn in september gestart met vier werkgroepen: drie voor het opstellen van de inhoudelijke AQI’s en één voor de juridische verankering en ontsluiting. Vanuit die groepen, waarin accountants én niet-accountants samenwerken, is recent één groep samengesteld die hard werkt aan het samenbrengen en nader uitwerken van de eerdere voorstellen tot één voorstel. Voor dat proces nemen we de tijd. Dat zal resulteren in een openbare consultatie, die in het voorjaar zal plaatsvinden.’ Fonteijn: ‘De verankering van de AQI’s is onderdeel van het wetsvoorstel waar het ministerie van Financiën op dit moment aan werkt en waarmee opvolging wordt gegeven aan de kabinetsreactie over de toekomst van de accountancysector.’

Marlies de Vries

Drs. Marlies de Vries RA studeerde economie en accountancy aan de Nyenrode Business Universiteit. Tot 2011 werkte zij als senior manager audit voor PricewaterhouseCoopers. Sindsdien is zij director controlling programs & assistent-professor accounting, auditing & control aan Nyenrode Business Universiteit. De Vries was lid van de Commissie toekomst accountancysector.

U wilt twee onderzoeken en een experiment uitvoeren met betrekking tot de structuurmodellen: een onderzoek naar het model audit-only, inclusief een ring-fencingvariant, een naar joint-audit en een experiment met het intermediairmodel. Hoe ver bent u hiermee?

De Vries: ‘Het onderzoek naar het joint-auditmodel is deze week gestart. De opdracht is gegund aan het Erasmus Competition & Regulation institute (ECRi) van Erasmus Universiteit Rotterdam. We verwachten voor de zomer de resultaten. Wat het onderzoek naar het joint-auditmodel betreft: recent verscheen er een onderzoek van de universiteit van Lausanne naar de impact van dat structuurmodel. We willen op de resultaten van dat onderzoek voortbouwen. Wij willen ook de ervaringen en beleving van accountantskantoren die werken met het joint-auditmodel meenemen. Voor het intermediair-model zijn we samen met een werkgroep druk bezig om een live-experiment op te zetten.’ Fonteijn: ‘De onderzoeksopdracht voor het audit-only-model hebben wij onlangs geformuleerd. Wij verwachten dat dit onderzoek binnenkort van start kan gaan en nog dit jaar kan worden afgerond.’

In hoeverre heeft uw werk als kwartiermakers betrekking op middelgrote en kleine accountantskantoren?

De Vries: ‘We zijn onze kennismakingsgesprekken gestart met een gesprek met een klein Limburgs kantoor. Hen hebben we gevraagd om ons weer andere collega’s te tippen die wij konden ontmoeten. Via het sneeuwbaleffect dat zo ontstond, hebben we professionals uit een stuk of vijftien MKB-kantoren leren kennen, waaronder ook een audit-onlykantoor. Vanuit Limburg hebben we gaandeweg Groningen bereikt.’ Fonteijn: ‘We hadden natuurlijk ook kunnen kiezen om onze verkenning te beginnen bij de Big Four. Immers, de kritiek uit maatschappij en media op het accountantsvak betreft vaker de grote kantoren. Maar we hebben ons bewust ook gericht op de kleinere kantoren. Ons valt op dat in die kantoren de partners dicht op hun medewerkers zitten, dat de leiding een enorme betrokkenheid voelt. Onder MKB-accountants leeft soms het gevoel dat onze opdracht gedreven wordt door de landelijke berichtgeving over de grote schandalen bij de grote kantoren met hun grote klanten. Maar de noodzaak tot verbetering gaat ook over hen. Tegelijk hebben we de indruk dat er een grote mate van veranderbereid in kleinere accountantskantoren heerst. Ook in onze werkgroepen betrekken wij het MKB-segment – bijvoorbeeld bij het opstellen van de AQI’s.’

DE VRIES


‘Wij willen juist veel meer reflectie in de accountancy aanjagen. Wil je durven leren van je fouten, dan is het beter om een open gesprek aan te gaan’

Deelt u het gevoel dat uw opdracht gedreven is door schandalen bij grotere kantoren?

De Vries: ‘Nee, we observeren alleen dat dat gevoel in kleinere kantoren heerst. Het is niet onze mening. Het is onze taak om de kritische vragen te stellen, om te benoemen wat ons opvalt en om zodoende de sector een spiegel voor te houden.’ Fonteijn: ‘We hebben maar gedeeltelijk een rol in de uitvoering van de maatregelen uit de kabinetsreactie. Voor sommige onderdelen ligt de opdracht primair bij het ministerie van Financiën of bij de AFM. Denk aan de maatregel om het toezicht te integreren of aan het vliegurencriterium waar de minister recent een besluit over heeft genomen. Uiteraard hebben wij een actieve rol als gesprekpartner van alle betrokken partijen en houden wij scherp zicht op de voortgang en samenhang van alle maatregelen. Ook hebben wij een signalerende functie.’

Wat mogen mkb-kantoren van u verwachten?

Fonteijn: ‘Voor kleine kantoren is het risico op bureaucratisering reëel. We proberen op te passen een deken van regelgeving op de sector te laten neerdalen. We willen onze adviezen zo praktisch en concreet mogelijk houden.’ De Vries: ‘De Autoriteit Financiële Markten vraagt bijvoorbeeld jaarlijks data uit bij accountantskantoren voor haar monitor. Wij zullen met de AFM in overleg gaan om bijvoorbeeld te bekijken of definities van de AQI’s en de AFM-monitor op elkaar kunnen aansluiten zodat het kantoren niet onnodig dubbel werk oplevert. Hoewel het van groot belang is dat de sector met de publicatie van AQI’s transparanter wordt voor de buitenwereld, streven wij ernaar de extra administratieve lasten zo laag mogelijk te houden.’

FONTEIJN


‘Voor kleine kantoren is het risico op bureaucratisering reëel. We proberen op te passen een deken van regelgeving op de sector te laten neerdalen. We willen onze adviezen zo praktisch en concreet mogelijk houden’

Uw opdracht betreft in belangrijke mate het teweegbrengen van een cultuurverandering. Wat is u sinds uw aantreden opgevallen aan de cultuur in de accountancy?

De Vries: ‘Wat accountants bindt, is de passie voor het vak en het streven om het juiste te doen.’ Fonteijn: ‘De cultuur wordt niet alleen bepaald door de top, maar ook door de instroom van jonge, startende accountants. We hebben daarom gastcolleges gegeven en namen deel aan paneldiscussies met studenten. Ook spreken we geregeld met jonge accountancyprofessionals. Accountants die aan het begin van hun carrière staan, zijn vaak wat minder ingekaderd door regels en processen. Mij valt op dat ze een opener blik hebben en minder belemmeringen zien. Waarmee ik ook zeker de meer senior accountants met een jonge geest niet te kort wil doen.’

In uw opdracht signaleert u enkele spanningen in de cultuur van de accountancy: de spanning tussen het commerciële belang én het maatschappelijk belang, en de angst voor reviews die zou heersen onder accountants. Welke spanning vindt u het meest pregnant?

Fonteijn: ‘Zelf heb ik een advocatenachtergrond. Vanuit dat vak ben ik bekend met een dergelijke spanning, bijvoorbeeld als gevolg van budgetdruk. In de accountancy speelt daarbij nog mee dat het publiek belang altijd voorop dient te staan. Voor mij is dat de meest fundamentele spanning: die tussen het maatschappelijke belang én het commerciële belang. Ik vind de angst voor een review van een andere orde van grootte. De vraag daar is volgens mij of je als professional tegen een muur aan loopt wanneer je het gesprek met je baas aangaat.’ De Vries: ‘Beide spanningen werken belemmerend. Heerst er een cultuur van angst voor een review, dan is een logische reactie een focus op het zetten van de juiste vinkjes op de juiste plek. Wij willen juist veel meer reflectie in de accountancy aanjagen. Wil je durven leren van je fouten, dan is het beter om een open gesprek aan te gaan.’ Fonteijn: ‘Er zal altijd een moment zijn waarop een partner zegt: het werk moet af. De oplossing is te vinden in het gedrag, in weerbaarheid, in je mond open doen als je het niet met elkaar eens bent, en in waardering van kritiek, van tegenspraak. Dat gedrag is moeilijk beïnvloedbaar, maar wij zullen daarop blijven wijzen.’

Chris Fonteijn

Mr. Chris Fonteijn studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Tot 2005 werkte hij als advocaat en partner bij NautaDutilh. Daarna was hij achtereenvolgens voorzitter van de onafhankelijke post en telecommunicatieautoriteit (OPTA), de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Thans is hij partner van strategieadvies- en public-affairsbureau Flint Global.

Accountants moeten een transparanter en kritischer fraudebestrijdingsbeleid voeren. Hoe kunnen mkb-accountants die opdracht met beperkte middelen vormgeven?

De Vries: ‘Wat een accountant aan fraudebestrijding moet doen, is in de standaarden te lezen. Maar daarnaast gaat het erom hoe je daar als persoon en als team invulling aan geeft en of je scherp genoeg bent op signalen. Kleinere kantoren hebben lang niet altijd forensische specialisten in huis, maar uit onze kennismakingsgesprekken viel me op dat de bereidheid bestaat om die expertise extern in te schakelen. Dat vond ik een positieve constatering.’ Fonteijn: ‘Tegelijk zijn we nog in gesprek met de NBA over dit thema. We streven ernaar dat kantoren kunnen laten zien wát ze gedaan hebben om fraude te bestrijden. Transparantie over de inspanning is belangrijk. Daar richten we ons op.’

Het onderwerp discontinuïteit is ook onderdeel van uw opdracht. Hoe urgent vindt u dat thema nu al worden, ook in het licht van de pandemie?

De Vries: ‘Voor veel accountants zullen kwesties rond de levensvatbaarheid van ondernemingen vaker naar boven komen. Discontinuïteit is een actueel thema in deze spannende tijd.’ Fonteijn: ‘Als de spanningen in de economie toenemen, zal er meer druk op accountant komen. Dan gaat het sneller om goed of fout. Het is de uitdaging om als accountant goed te blijven luisteren, je rug recht te houden, om feedback aan elkaar te blijven geven. Wat dat zegt over de toekomst? Uiteindelijk zijn wij optimisten. Anders waren we niet aan deze opdracht begonnen.’